Op vroege satellietbeelden zagen de onderzoekers dat de gletsjer in 1973 nog een bult vertoonde op de plaats van de richel. In 1975 al nauwelijks meer. Daaruit leiden ze af dat het ijs in het begin van de jaren zeventig nog de bodem raakte op die plaats, terwijl dat nu pas 40 kilometer verderop gebeurt. Daarmee is een belangrijke rem van de gletsjer af. In het midden van de jaren negentig werd de snelheid waarmee het ijs van de bodem loskwam nog geschat op ‘minimaal vijftig meter per jaar’. Nu blijkt het eerder een kilometer per jaar te zijn. En dat terwijl de gletsjer zelf juist harder richting zee is gaan bewegen. Hoe kan het ijs zo snel verdwijnen? De metingen geven een logische verklaring. Vanuit de oceaan stroomt het zogenoemde ‘circumpolaire diepe water’ in de ruimte tussen bodem en ijs. Omdat water bij ongeveer vier graden boven nul de grootste dichtheid heeft, beweegt dit water over de bodem. Tot het bij het punt komt waar het ijs de grond raakt. Daar smelt het wat van het ijs, koelt het water dus af en beweegt daardoor naar boven.
Over het randje - Nieuws - Noorderlicht